De bron van de mensenrechten schendingen in Nederland kan herleid worden naar artikel 120 van onze grondwet, artikel 51 van het handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en artikel 2 van de EVRM.

Artikel 120 van onze grondwet betreft een verbod voor rechters om wetten te toetsen aan de grondwet.

En Artikel 2 van de in 1950 opgestelde EVRM benoemd doodstraf, het onderdrukken van opstanden en verzet tegen arrestatie als legitieme redenen voor het beïndigen van mensenlevens! En dat terwijl er gezegd wordt dat de EVRM de doodstraf expliciet verbiedt!

 

Toetsingsrecht

 
 

Toetsingsrecht is het recht om wetten te toetsen aan een wet van een hogere orde, zoals een grondwet of een verdrag.

 

 

Nederlandse situatie[bewerken]

In Nederland toetst de rechter wetten en verdragen niet aan de Grondwet; dat is hem verboden in artikel 120 van de Grondwet, dat luidt:

"De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen."

De formulering van deze bepaling komt uit de Grondwet van 1953 (artikel 60), maar werd pas met de Grondwet van 1983 een zelfstandig artikel. De achterliggende opvatting gaat al terug op de Grondwet van 1848, waarin stond dat wetten onschendbaar zijn. De reden is dat een wet geacht werd het "unanieme gevoelen van de koningen de twee kamers van de Staten-Generaal" uit te drukken, en dat aan de wet de interpretatie van de grondwet moet worden gelaten, "die niets anders is dan de zindelijke toepassing van de artikelen van de grondwet van het koninkrijk", zoals de grondwetscommissie het destijds uitdrukte. De wetgever werd dus als hoogste uitlegger van de Grondwet bestempeld. Derhalve komt toetsing van formele wetten aan de Grondwet alleen toe aan de formele wetgever.

De Hoge Raad heeft het toetsingsverbod altijd streng geïnterpreteerd: niet alleen toetsing van de inhoud van een wet aan de Grondwet (1868), maar ook aan het Statuut(Harmonisatiewetarrest 1989) en algemene rechtsbeginselen zijn door de Hoge Raad onwettig geacht. Eveneens werd toetsing of een wet wel op de juiste manier tot stand was gekomen onwettig geacht (Van den Bergh/Staat der Nederlanden 1961).

Wanneer de Raad van State de regering vóór indiening bij de Tweede Kamer adviseert over een wetsvoorstel, zal hij zich er wel over uitlaten als hij meent dat het voorgelegde voorstel in strijd met de Grondwet is; dit is dus een vorm van "preventieve toetsing", ook al is het oordeel van de Raad van State niet bindend.

Regelgeving van andere wetgevers dan de formele wetgever (regering en parlement), zoals koninklijke besluitenalgemene maatregelen van bestuur en verordeningen vanprovincieswaterschappengemeenten en andere bestuurlijke lichamen, mag wél door de rechter aan de Grondwet, Statuut en rechtsbeginselen worden getoetst. Daarnaast mag de rechter, beter gezegd móét de rechter, de wet wel toetsen aan verdragen.

Wijzigingsvoorstellen[bewerken]

Aangezien D66 en GroenLinks vinden dat er al bij het wetgevingstraject, maar ook in de rechtspraak, te weinig rekening gehouden wordt met de sociale grondrechten, demensenrechtenverdragen en milieu- en emancipatie-effecten van regelgeving dringen zij erop aan een toetsingsrecht aan de Grondwet en het Statuut van het Koninkrijk, maar ook aan bijvoorbeeld het Vrouwenverdrag, in te voeren in de rechtspraak. Voor een burgerlijke partij zou het daardoor mogelijk worden de Nederlandse wetgeving door de rechter te laten toetsen en middels jurisprudentie te laten corrigeren.

Bij D66 is dit al sinds het ontstaan van de partij een speerpunt van het beleid, bij GroenLinks is het standpunt met name uitgedragen sinds 2002, toen Femke Halsema hetwetsvoorstel-Halsema indiende. Dit wetsvoorstel beoogt een wijziging van de Grondwet die uitzonderingen op artikel 120 mogelijk maakt. Daardoor zou beperkte rechterlijke toetsing van Nederlandse formele wetten aan de Grondwet mogelijk worden. Het betreft dan met name toetsing aan grondwetsartikelen die te maken hebben met klassieke grondrechten: afweerrechten, gelijkheidsrechten en participatierechten. Na aanneming door beide Kamers wacht het wetsvoorstel thans op een tweede lezing die pas kan volgen na ontbinding van de Tweede Kamer.

Belgische situatie[bewerken]

In België ligt de situatie ingewikkelder. Aangezien het land na vele staatshervormingen zowel federale als - per taalregio - gewestelijke als gemeenschappelijkebevoegdheidsniveaus heeft, is het principe van checks and balances toegepast om belangenconflicten tussen de diverse taalgroepen te voorkomen.

Elk parlement of gewestraad in België – zowel het Vlaams, het Waals, het Duitstalig als het Brussels – kan bij de vaststelling van wetten, besluiten of decreten tevorenadvies vragen aan de Raad van State en bij een communautair belangenconflict het Grondwettelijk Hof achteraf om een dirigerende uitspraak vragen. Ingeval van zo'n conflict kan tijdens de parlementaire behandeling – zelfs als dat gebeurt in een ander parlement – de alarmbelprocedure ingezet worden.

Ook een lagere rechtbank kan de rechtsregels zelf in vraag stellen in het kader van een juridische procedure. Dit gebeurt dan door een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof. Omdat het antwoord op deze vraag vaak cruciaal is voor het lopend proces voor de lagere rechtbank, wordt de procedure bij die rechtbank dan ook stilgelegd tot het antwoord op de prejudiciële vraag bekend is.

Verenigde Staten[bewerken]

In de Verenigde Staten kan het Hooggerechtshof (Supreme Court) wetten, besluiten en rechterlijke uitspraken van lagere rechters aan de Grondwet toetsen en er zelfs een interpretatie aan geven.

Dit toetsingsrecht staat niet in de grondwet maar is er via jurisprudentie door opperrechter John Marshall ingelezen bij het arrest Marbury v. Madison van 24 februari 1803.

John Adams, de tweede president van de Verenigde Staten, had de verkiezingen van 1800 verloren, zo bleek op 17 februari 1801. Op 4 maart 1801 zou de inauguratie vanThomas Jefferson tot derde president van de Verenigde Staten plaatsvinden. De federalistische president Adams, gesteund door het nog op zijn hand zijnde Congres, nam een nieuwe wet aan, de "New Judiciary Act" waarmee een aantal nieuwe rechtbanken werden geïnstalleerd waarvan het de bedoeling was dat die door federalisten zouden worden gecontroleerd. Op 2 maart 1801, twee dagen voor zijn aftreden, benoemde Adams 42 federalistische rechters in deze rechtbanken. Op 3 maart 1801 keurde de Senaat de benoemingen goed.

President Jefferson beoordeelde 25 van de 42 benoemingen om procedurele redenen als ongeldig en gaf zijn minister van Buitenlandse Zaken James Madison opdracht om de benoeming van onder anderen William Marbury niet af te leveren.

Marbury richtte een verzoek om alsnog benoemd te worden rechtstreeks aan het Hooggerechtshof. Hij stelde dat op basis van Sectie 13 van de Judiciary Act van 1789 het Congres het Hooggerechtshof had gemachtigd om te beslissen over gerechtelijke benoemingen. Volgens zijn opvatting zou dat tot die tijd niet het geval zijn geweest. Deze Juridical Act is echter volgens de opperrechter John Marshall van een lagere orde dan de grondwet. In de grondwet artikel III staan de gevallen waarin het Hooggerechtshof jurisdictie heeft en die kunnen niet worden uitgebreid door een wet lager in rang. Een wet die dat wel doet is geen geldige wet en daarmee heeft hij toetsing van wetten aan de grondwet gerealiseerd.

Volgens Marshall heeft Marbury wel recht om op te komen voor zijn rechten en is daar ook wetgeving voor maar hij kan zijn klacht niet, althans niet via de Juridical Act van 1789, bij het Hooggerechtshof terecht.

Andere landen[bewerken]

In Duitsland kan het Bundesverfassungsgericht ook, op eenzelfde wijze als in de VS, aan de Grondwet toetsen, maar slechts een zwaarwegend advies voor wijziging van de Grondwet uitbrengen. In Frankrijk geeft het Conseil constitutionnel (Constitutioneel Hof) na de tweede stemming in het parlement een toetsing aan de Grondwet. Indien deze toetsing negatief uitvalt gaat de wet terug naar het parlement.

 

http://nl.wikipedia.org/wiki/Toetsingsrecht

Opheffen toetsingsverbod komt neer op beperken van macht van wetgever

Rechter moet wet aan
Grondwet kunnen toetsen

De Nederlandse rechter mag formele wetten niet aan de Grondwet toetsen. W. de Vries zet de voor- en nadelen naast elkaar en meent dat het toetsingsrecht serieus overweging verdient.

Onder het toetsingsverbod wordt verstaan dat de rechter niet bevoegd is een formele wet te toetsen aan de Grondwet. Artikel 120 van de Grondwet luidt dan ook als volgt: „De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.” Het probleem is simpel weer te geven door de volgende vraag te stellen: Wie bewaakt de bewakers? Oftewel, wie moet het laatste woord hebben, de wetgever (in geval van toetsingsverbod) of de rechter (in geval van toetsingsrecht). De spanning tussen democratie en rechtstaat is hier duidelijk waar te nemen. Aan de ene kant wil men een zo democratisch (eerlijk) mogelijke wetgever, aan de andere kant wil men dat de democratisch verkregen macht wel wordt begrensd en beperkt, dit om misbruik van macht te voorkomen.

Argumenten voor
Ten eerste is er het primaat van de Grondwet. Hiermee wordt bedoeld dat de Grondwet van hogere regeling is dan de formele wetten. De lagere regeling moet wijken voor de hogere regeling. Waarom zou de rechter dan niet de formele wetten (die van lagere regeling zijn dan de Grondwet) mogen toetsen aan de Grondwet?

Ten tweede bestaat er sinds 1953 wel een rechterlijke toetsing van formele wetten aan verdragen, met name aan verdragen die grondrechten bevatten (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het internationale BUPO-verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten). Deze verdragen zijn van hogere regeling dan de Grondwet. Het is op z'n minst gezegd eigenaardig dat de rechter de formele wetten wel mag toetsen aan de verdragen en niet aan de Grondwet. Bij verdediging voor de rechter kun je je niet beroepen op de Grondwet, echter wel op verdragen (die qua strekking van dezelfde inhoud zijn als bepaalde grondwetsartikelen).

Het derde argument is het rechtstaats- of rechtsbeschermingsargument. Het toetsingsrecht dient het individu te beschermen tegen de macht van de wetgever. De rechtscontrole op politici is steeds meer gewenst nu het karakter van de democratie verandert. Door toenemend monisme ontstaat een zekere vorm van partijdemocratie. Monisme houdt in dat het parlement de toon aangeeft en de regering een afgeleide taak heeft, dit in tegenstelling tot het dualisme, waarbij het parlement en de regering in een bepaalde verhouding tegenover elkaar staan. Het gevaar bestaat dat men de neiging heeft partijbelangen en partijvisies boven alles te stellen. En dus ook boven de Grondwet! Door de rechter het toetsingsrecht toe te kennen, kan de rechter dit corrigeren.

Ten vierde vraagt de veranderde functie van de wetgeving om een toetsingsrecht. De wetten worden steeds meer als beleidsinstrument gebruikt door de wetgever. De aandacht voor het rechtskarakter gaat hierdoor enigszins verloren, wat recht kan worden gezet door het toetsingsrecht.

Argumenten tegen
Ten eerste is er het democratieargument. De wetgever is democratisch gelegitimeerd. We kiezen immers de leden van de Tweede Kamer (direct) en de leden van de Eerste Kamer (indirect via de Provinciale Staten). De rechter ontbeert deze democratische legitimatie, de rechter wordt namelijk benoemd.

Ten tweede bestaat het gevaar van politisering van de rechterlijke macht door het toetsingsrecht in te stellen. De rechter wordt hierdoor te zeer in politieke strijdvragen betrokken. Het gevolg hiervan is dat de politieke druk op rechterlijke beslissingen zal toenemen. Ook de rechterlijke benoemingen zullen beïnvloed worden door de partijpolitiek. Deze invloeden zijn zoals begrijpelijk niet wenselijk.

Het derde argument is het rechtszekerheidsargument. De rechterlijke toetsing ondermijnt de rechtszekerheid. Een aangenomen, afgekondigde en in werking getreden wet kan door de rechter onverbindend worden verklaard.

Hoe verder
Mijns inziens wegen de voordelen van het toetsingsrecht zwaarder dan de nadelen. Waarom wordt het toetsingsrecht dan niet ingesteld? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet je nagaan wie hierover beslissen en wie de gevolgen hiervan ondervinden. In beide gevallen is dat –onder andere– de wetgever.

De wetgever zal niet echt meewerken met het beperken van z'n eigen macht. Opheffen van het toetsingsverbod komt toch neer op het beperken van de macht van de wetgever, want je ontneemt bevoegdheden aan de wetgever, namelijk om de formele wetten toetsen aan de grondwettigheid. Dat is naar mijn mening de belangrijkste reden dat het toetsingsrecht er (ondanks de voordelen) niet komt. Ook speelt mee dat een grondwetswijziging een zwaardere procedure kent dan een gewone wetswijziging (tweederde meerderheid).Toch zullen de politici bij zichzelf te rade moeten gaan wat in het kader van het landsbelang het beste is.

De auteur studeert fiscale economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

http://www.refdag.nl/oud/for/001216for07.html

Artikel 120: Constitutionele toetsing

Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden (2008)
Hoofdstuk 6: Rechtspraak
 
119 Artikel 120 121

De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.

In het Engels|In het Frans|In het Duits|In het Spaans  

The constitutionality of Acts of Parliament and treaties shall not be reviewed by the courts.

1.

Toelichting

De rechter mag niet beoordelen of een wet i inhoudelijk in strijd is met de Grondwet en ook niet onderzoeken of een wet of verdrag volgens de Grondwet tot stand is gekomen.

2.

In eenvoudig Nederlands

De rechter mag niet beoordelen of wetten en verdragen kloppen met de Grondwet.

Uitleg

De Grondwet is onze hoogste wet. Andere wetten en verdragen moeten altijd kloppen met de Grondwet. Maar de rechter mag hierover niets zeggen. De rechter mag dus niet zeggen dat hij een wet niet goed vindt, als deze wet naar zijn mening niet klopt met de Grondwet.

Waarom mag de rechter dat niet? De rechter mag dat niet omdat de Eerste en Tweede Kamer en de regering de wetten hebben gemaakt. Alleen de regering en de Eerste en Tweede Kamer mogen iets te zeggen hebben over de regels die voor iedereen gelden. Want de Tweede Kamer is door ons allemaal gekozen. En als kamerleden niet de goede dingen voor ons doen, dan kunnen we ze gewoon wegstemmen bij de volgende verkiezingen. De rechter mag zich daar niet mee bemoeien. De rechter moet gewoon doen wat in de wet staat.

http://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvihlf299q0sr/vgrnfcwz08zv

Grondwet

 

Artikel 120
De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.
http://www.wetboek-online.nl/wet/Grondwet/120.html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

http://www.europarl.europa.eu/charter/pdf/text_nl.pdf

EVRM

Artikel 2 – Recht op leven

1.      Het recht van een ieder op leven wordt beschermd door de wet. Niemand mag opzettelijk van het leven worden beroofd, behoudens door de tenuitvoerlegging van een gerechtelijk vonnis wegens een misdrijf waarvoor de wet in de doodstraf voorziet.
(Opm. FOMAT: deze mogelijkheid tot voorbehoud t.a.v. de doodstraf werd pas in 2002 definitief gekapitteld door Protocol 13 – zie navolgend)

2.      De beroving van het leven wordt niet geacht in strijd met dit artikel te zijn geschied ingeval zij het gevolg is van geweld, dat absoluut noodzakelijk is:

a.       ter verdediging van wie dan ook tegen onrechtmatig geweld;

b.      teneinde een rechtmatige arrestatie te bewerkstelligen of het ontsnappen van iemand, die op rechtmatige wijze is gedetineerd, te voorkomen;

c.       teneinde in overeenstemming met de wet een oproer of opstand te onderdrukken.

 

Artikel 13 – Recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel

Een ieder wiens rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, zijn geschonden, heeft recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie, ook indien deze schending is begaan door personen in de uitoefening van hun ambtelijke functie.

 

http://www.fomat.nl/europeesverdrag.html

Artikel 51 betreft een verbod voor de EU om in te grijpen bij mensenrechtenschendingen van lidstaten.

 

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie

 
 

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is een document dat de grondrechten van de burgers van de Europese Unie opsomt. Het handvest werd in2000 formeel aangenomen door het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie. Het Verdrag van Lissabon bevat een expliciete verwijzing naar dit handvest[1].

 

 

Geschiedenis[bewerken]

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen oordeelde in 1996 dat de verdragen die ten grondslag liggen aan de Europese Unie haar niet toestaan toe te treden tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.[2] Als reactie hierop gaf de Europese Raad, waarin de regeringsleiders van alle lidstaten zetelen, in 1999de aanzet tot het opstellen van het Handvest middels het in het leven roepen van een conventie. Deze conventie, die bestond uit afgevaardigden van nationale overheden en parlementen, alsmede het Europees Parlement en de Commissie[3], rondde in oktober 2000 haar werk af. De ontwerptekst werd vervolgens goedgekeurd door deEuropese Raad op 13 oktober, het Europees Parlement op 14 november en de Commissie op 6 december. De voorzitters van deze instellingen kondigden het Handvest gezamenlijk af op 7 december te Nice.[4]

Inhoud[bewerken]

Het Handvest bevat 54 artikelen, voorafgegaan door een korte preambule. De grondrechten zelf zijn onderverdeeld in zes hoofdstukken[5]:

De provisies van het Handvest zijn, krachtens artikel 51, enkel van toepassing op handelingen van gemeenschapsinstellingen zoals de Commissie of de Raad, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.

Rechtskracht[bewerken]

Het huidige Handvest is enkel een opsomming van politieke, economische en sociale mensenrechten die geldt als een bekrachtiging van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een in 1948 door de Verenigde Naties opgesteld document, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950, en het Europees Sociaal Handvest uit 1961.

De gesneuvelde Europese Grondwet, die in 2005 werd afgewezen bij nationale referenda in Frankrijk en Nederland, bevatte een integrale versie van het Handvest. Als de Grondwet door alle lidstaten geratificeerd zou zijn geweest, had het Handvest automatisch rechtskracht verkregen. Het Verdrag van Lissabon, dat werd opgesteld na het falen van de Europese Grondwet, bevat enkel een verwijzing naar het Handvest in plaats van de gehele tekst. Niettemin verkreeg het document met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon ook rechtskracht. Bovendien verplicht artikel 6(2) van het verdrag van Lissabon de Europese Unie tot toetreding tot het EVRM en zijngesprekken daartoe inmiddels aangevangen[6] (2011). Voorafgaand aan het ratificatieproces van het Verdrag, werd een herziene versie van het Handvest op 12 december 2007 ondertekend door Hans-Gert PötteringJosé Manuel Barroso en José Sócrates, op dat moment de voorzitters van respectievelijk het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie.[7]

Het Verenigd Koninkrijk en Polen hebben middels een protocol bij het Verdrag van Lissabon laten vastleggen, dat de rechten die in het Handvest staan genoemd niet voor hun nationale rechter kunnen worden ingeroepen, tenzij deze rechten elders in de wet zijn verankerd.[8] Deze provisie stelt in werkelijkheid weinig voor, aangezien het Handvest enkel alle rechten bijeenbrengt in één document die veelal al elders in het acquis communautaire geregeld zijn. Daarnaast zijn vonnissen van het Europees Hof van Justitie bindend in alle lidstaten, ongeacht uitzonderingsposities zoals die zijn verkregen door de Britten en Polen.[9]

Voor de werkingsfeer van de bepalingen uit het Handvest is artikel 51 van belang:

Aanhalingsteken openen

Art. 51 Werkingssfeer
1. De bepalingen van dit handvest zijn gericht tot de instellingen en organen van de Unie met inachteneming van het subsidiariteitsbeginsel en tot de lidstaten, uitsluitend wanneer zij het recht van de Unie ten uitvoer brengen. (...)
2. Dit handvest schept geen nieuwe bevoegdheden of taken voor de Gemeenschap en voor de Unie en wijzigt de in de verdragen neergelegde bevoegdheden en taken niet.

Aanhalingsteken sluiten

Artikel 51 impliceert dat de grondrechtsbescherming die uit dit Handvest voortvloeit, in beginsel niet verder gaat dan de sfeer van het EU-recht.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Handvest_van_de_grondrechten_van_de_Europese_Unie

Patricia Luca van het Europese parlement stelde voor deze af te schaffen zodat er ingegrepen zou kunnen worden bij mensenrechtenschendingen zoals bij de zaak van Ilja. Maar dat zou de consequetie kunnen hebben dat er just meer kinderen geadopteerd worden, en dat ze  dan over heel Europa verspreide kunnen worden, dus daar moet enorm voor uitgekeken.worden.

 

 

| Fundamentele mensenrechten voor kinderen en gezinnen in Nederland | Stop de Kinderroof en Maak Nederland Humaan!Petitie en brief | Fundamentele mensenrechtenschendingen van kinderen en gezinnen in Nederland | Correcties bij Stop de Kinderroof! | Sven Snijer : "Uithuisplaatsen Stap voor Stap" | Schoolplicht versus Leerrecht | Wat is OORvoorU? | Wat is OOR4U? | Wat is zondebokdenken? | 25 dingen die je moet weten voordat je je kind in Nederland op een school inschrijft | Anti pestprogramma's op scholen verergeren pestgedrag vaak juist | Opdracht voor opstel lijkt wel kruisverhoor | GGD vragenlijst als manier om jeugdzorg klantjes te werven | Wat zeggen deskundigen over thuisonderwijs? | Wat zegt de Overheid? | AD 17 december 2014 | Leerkrachten stappen massaal uit het gangbare onderwijs, omdat ze datgene wat van overheidswege van ze geeist wordt niet kunnen rijmen met het beste belang van het kind | Afgekeurde scholen | Klokkenluiders en mensen die opkomen voor kinderen en gezinnen worden door gemeenten hun huis uitgepest | Sluiting onderzoekscentrum LOOK | Waar gaat er dan wel geld naar toe? | Gesloten scholen | Ouders die het beste onderwijs voor hun kinderen willen worden in Nederland strafrechtelijk vervolgd.Een voorbeeld van hoe zo'n strafzitting verloopt. De Afwezigheid van Vrijheid van Onderwijs in Nederland haalt de internationale pers. | Verzamelde acties van organisaties en individuen tegen de schending van fundamentele mensenrechten van kinderen en gezinnen in Nederland | Sailing for Education | Voor alle moeders die op moederdag niet bij hun kinderen mogen zijn | Connect acties | Conceptpetitie Vrijheid van Onderwijs en Waarborging van de Fundamentele Mensenrechten van Alle Kinderen en Gezinnen in Nederland voor de Optimale Ontwikkeling van Ieder Kind! | Conceptpetitie Stop de Kinderroof! | Conceptpetitie 2 Stop de Kinderroof! | Stop TPP, TTIP, CETA en IFDF! | Vermiste Kinderen | Kinderen in jeugdtehuizen en pleeggezinnen worden drie tot vier keer vaker seksueel misbruikt dan jongeren die thuis wonen. | Hulp aan slachtoffers van fundamentele mensenrechtenschendingen door instellingen | Lijsten waarmee gewerkt wordt om risico kindermishandeling te bepalen | Help ze helpen | Werkverschaffing binnen de jeugdzorg, hoe gaat dat? | Martin Vrijland:Jeugdzorgmedewerker komt uit de kast | Operatie Exodus | Wat wil Nederland? Waarborging van Fundamentele Mensenrechten, of Meer van?t Zelfde? | Brandbrief van lotgenoten van de Commissie Samson | Het kan ook anders, het kan ook beter! Scholen die goed bezig zijn, het nieuwe leren en schoolconcepten die in ontwikkeling zijn | WOWcollege | Neil de Grasse Tyson | Homeschooling legality and statistics per country | Ouderinitiatieven worden de grond in geboord door besturen , een voorbeeld: School Zoekt ZUS | Tweede mislukte ouderinitiatiefKOOG, conceptpetitie | Informatieve links | Inspirerende links | Einstein citaten | Einstein op thema | Martin Luther King dag | Martin Luther King citaten | Tesla | Alfie Kohn, Mensen zijn van nature niet aggressief | OORvoorU blogs op uvrm.wordpress | Hoogbegaafden | Gezellige Gezinnen | Wonderkinderen | Vervolgde Gezinnen | In Jeugdzorgkinderen blikt een voormalig jeugdzorgkind terug op zijn jeugd en vertelt hoe het is om als volwassene te leven met een jeugdzorgverleden | Uithuisplaatsingen zijn slecht voor kinderen. Dat zie je ook weer aan deze foto's | Hans en Irme | De hel die jeugdzorg heet | Sylvano | Kinderen mishandelen wordt protocol genoemd in jeugdzorginstellingen | Voor Sylvano | TjW Strubbe Zaak Silvano, 2014, als voorbeeld over de attitude van ?jeugdzorg? | Stentor 29 september 2014 Sylvano" "Zeg tegen mamma Dat Alles weer Goedkomt." | Spectrum 1 november 2014 "Sylvano, zijn moeder en het netwerk." | NRC artikel Sylvano 8 december 2014 | Stentor 24 december 2014 Sylvano viert kerst met zijn moeder | Artikel Lukretia en Rafael in tijdschrft "Vriendin" September 2014 | Remzi Cavdar | Kamp Nederland | Politiek | Declaration of Independence | Nuremberg Principles | UVRM Universele Verklaring van de Rechten van de Mens | Universal Declaration of Human Rights | Hoe is de UVRM ontstaan? | De EVRM Het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens | Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie | Europese Verdragen | Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind | De internationale verklaring van Langeac over gelijkwaardig ouderschap | De Nederlandse Grondwet | De bron van de ongebreidelde mensenrechtenschendingen in Nederland: Artikel 120 van de grondwet en artikel 2 van de EVRM | Het opheffen van artikel 120 van de grondwet is heel dichtbij | Wetsvoorstel Femke Halsema 8 maart 2010 om artikel 120 van de grondwet te wijzigen, de verdediging waarvan overgenomen is door Liesbeth van Tongeren | Artikel 120 van de Nederlandse Grondwet | Wetsvoorstel Femke Halsema 8 maart 2010 om artikel 120 van de grondwet te wijzigen met de artikelen van de grondwet waarop rechters wetten en regels mogen toetsen | Verslag met reaktie 2de kamer van 20 oktober 2010 op voorstel Femke Halsema tot aanpassing artikel 120 op 8 maart 2010 | Verdediging van Liesbeth van Tongeren van aanpassing artikel 120 , 20 augustus 2014 | Eigen opmerkingen n.a.v. de verdediging van Liesbeth van Tongeren op de aanpassing van artikel 120 van de Nederlandse grondwet | Vraagtekens bij handelwijze aanpassing artikel 120 | Voorstel Joost Taverne tot aanpassing artikel 93 en 94 van de grondwet, 6 september 2012 | The Dutch law on custody of children | Dit is de klacht waarmee het kinderrechten collectief 24 september 2014 naar Geneve is gegaan en wat 27 mei 2015 op de agenda staat om behandeld te worden | Wat is Trias Politica? | Discussie eerste kamer bij totstandkoming artikel 279 en 280 wetboek van strafrecht | Beroepsgegevens en nevenbetrekkingen Rechterlijke Machtgina | Repliek OvJ | "All wars are bankers wars,"interessant, maar creëert helaas ook weer nieuwe zondebokken | Green peace:De zeven gouden regels van actie voeren | Burgerlijke ongehoorzaamheid | Helden | John Taylor Gatto | Nelson Mandela | Professor Arnold Heertje, Held! | Lange Frans, Kamervragen 2 | Jeugd en gezin 24 december 2014: Jeugdhulpverlenen zonder toestemming van de ouders | Darkhorse blogspot over misstanden bureau jeugdzorg | Micky Nijboer, de paarden redster van Marrum | Gehackt | De OORvoorU website werd gehackt; en de heldere uitleg die ik gaf over de stand van zaken wat betreft de schoolplicht werd vervangen door deze;een oude van mijn uvrm site, genaamd "Vrijheid van Onderwijs:Geen Schoolplicht maar Leerrecht voor de Optim | January 7th 2015 , grief and determination to stand strong for universal liberties | Franktijk heeft pijn | Inspirerende Initiatieven om de aarde mooi te houden en nog mooier te maken

Laatste wijziging op: 30-05-2015 21:05